Publicaties

De chemist

Dr. Henk Vermande
ISBN
9789087049683
Pagina's
664 met register en 53 afbeeldingen
€ 49.00

Dit boek, uitgegeven door Verloren (Hilversum) is een handelseditie van het proefschrift dat Henk Vermande op 21 oktober 2021 verdedigde aan de Universiteit Maastricht
Vermande kwam tot dit onderwerp door een vermelding in het boek De uithangteekens van Van Lennep & Ter Gouw uit 1868, dat de salamander-in-het-vuur het uithangteken was van ‘chemisten’, de producenten van chemische geneesmiddelen. Hiermee onderscheidden zij zich van de apotheker met hun vijzel en de drogist met de gaper. 
Dit wekte zijn interesse. Wie waren de chemisten? Wat deden zij? Had het iets met de alchemie te maken, en waarom kozen zij de salamander-in-het-vuur als uithangbord? Het bleek dat het beroep van de chemist in de geschiedschrijving van zowel de farmacie, de chemie als de geneeskunde tussen wal en schip is gevallen. De reden hiervan is waarschijnlijk dat het nooit tot enige vorm van institutionalisering van het chemistenberoep in de vorm van een gereguleerde opleiding, een corporatieve organisatievorm en een diplomastructuur in Nederland is gekomen. In deze studie vult Henk Vermande dit hiaat. 
De chemist positioneerde zich zeker anderhalve eeuw (1670-1820) op de farmaceutische markt als zelfstandige leverancier van ‘chimicalia’ en medicijnen. Het boek beschrijft de fascinerende geschiedenis van de opkomst, bloei en neergang van deze beroepsgroep in Nederland. Als detaillist ging de chemist vanaf midden 18e eeuw ook zelf geneesmiddelen bereiden en op doktersrecept verstrekken aan patiënten. Hiermee kwamen ze natuurlijk in het vaarwater van de apotheker. De eeuwenlange strijd tussen apothekers en chemisten over de (chemische) geneesmiddelenbereiding vormt dan ook een belangrijk thema in het boek.
In bijlage 2 worden korte biografieën gegeven van chemisten, en dit beslaat samen met bijlage 3, een tabellarisch overzicht, 260 pagina’s, bijna de helft van het boek. 
Behalve uitgebreid archiefonderzoek, vormden krantenadvertenties (geraadpleegd via de digitale krantenbank Delpher) hiervoor een belangrijke bron. Mede op basis van die informatie was het mogelijk de ontwikkeling van het beroep in kaart te brengen. 
De hoofdstukken 2, 3 en 4 zijn een aanloop naar het chemistenberoep waarvan Vermande het begin situeert rond 1675. Aan de orde komen de (al)chemie en (al)chemisten, met o.a. de paracelsisten rond 1550-1600 en de opkomst van de chemiatrische farmacie, 1600-1645
Het eerste citaat dat Vermande noemt, waarin de term chemist in een officieel document (in een ordonnantie voor het apothekersgilde) wordt vermeld, stamt uit 1674.  Hierin wordt het apothekers toegestaan bij een “goed chimicus” in te kopen (pag 108 en bijlage 6, overzicht wet- en regelgeving pag. 625).
Na een intermezzo, hoofdstuk 5, over de salamander als symbool voor de chemist wordt in hoofdstukken 6 tot en met 10 de opkomst en neergang van het chemistenberoep beschreven. Aan de orde komen o.a. de rol van chemicaliën in de farmacie, plaatselijke verordeningen en grensconflicten met apothekers en drogisten.
Het einde naderde in 1810, toen het voor de chemist verboden werd samengestelde geneesmiddelen te verkopen. Veel chemisten haalden vervolgens het apothekersdiploma, zij bleven zich vaak nog wel als apotheker-chemist afficheren.
De beroepstitel ‘chemist’ werd overigens ook door andere farmaceutische beroepsgroepen gebruikt, bijvoorbeeld ‘apotheker en chemist’, of ‘drogist en chemist’. 
Die vermenging van beroepsnamen, en ook omdat chemisten nergens waren georganiseerd in een gilde maakt het lastig om een beroepsgroep te identificeren, maar Vermande is er door zijn gehanteerde onderzoeksmethode – die van de collectieve biografie - toch goed in geslaagd. 
Voor de geschiedenis van de apothekers is met name bijlage 2 van belang omdat van de honderden biografieën er ca 80 zijn waarin “apotheker” voorkomt in combinatie met chemist. Hierbij zijn bekende namen zoals d’Ailly, Brocades, Beets, Glauber, Kastelein, Meylink, le Mort. En dan zijn er nog ca 30 waarbij de beroepsachtergrond die van leerling-apotheker is.
Overigens komen de farmacie-historici er niet goed van af, zij krijgen het verwijt dat er te weinig aandacht is gegeven aan de chemisten. Daar valt wel wat op af te dingen, en als het al terecht is dan zou dit ook moeten gelden voor chemie-historici.
Nog een enkele spijker op laag water: Een recept in het latijn begint met de R van Recipe, “Neem”, vervolgens volgen dan de namen van de enkelvoudige stoffen (de simplicia) in de tweede naamval (Neem van). Het olei vitrioli  en Aquae purae calentis van pag. 157 zijn daarom als enkelvoudige stof niet te vinden onder die naam, maar wel als oleum vitriolum (zwavelzuur) en Aqua pura calens (warm zuiver water)

Concluderend: dit boek is een welkome aanvulling op het gebied van de (chemische) geneesmiddelhandel en -productie. Het nodigt uit tot verder onderzoek, en dan niet alleen door farmacie-historici.

Wim Rakhorst

Aanmelden nieuwsbrief